Luisteroefening (A1): Op wintersport

In dit korte luisterfragment vertelt Roseline over haar wintersport-vakantie.

ERK-niveau: A1 (beginner)

Activiteit: Luistervaardigheid (voorbereiding luistertoets) 

Mèt memory-spel!

De luisteroefening van deze maand gaat over wintersport-vakantie. Ik laat je een (heel) kort fragment horen in eenvoudig Frans. Je leert daarbij de woorden voor verschillende wintersporten en oefent met le passé composé (voltooide tijd). Bonne chance! / Succes!

 

Luisterfragment

“Roseline: au sport d’hiver”

Deze maand laat ik je een kort luisterfragment horen (22 seconden), waarin een Franse vrouw vertelt over haar wintersport-vakantie in de Pyreneeën (een bergketen tussen Frankrijk en Spanje: zie plaatje). Ze vertelt over 3 verschillende activiteiten die ze tijdens haar vakantie heeft ondernomen. Luister en maak de opdrachten.

Roseline ging op vakantie in de Pyreneeën. Bron: http://johan.lemarchand.free.fr 
Bekijk éérst de woordenlijst en de opdrachten.

Vocabulaire (woordenlijst)


Le sport d’hiver (of les sports d’hiver)
= wintersport

Avoir de la chance
= geluk/mazzel hebben

Faire du ski (alpin)
= (alpine) skiën

Faire du snowboard
= snowboarden

Faire du patin à glace
= schaatsen

Faire du hockey sur glace
= ijshockey spelen

Faire de la luge
= sleeën

Faire des randonnées en raquettes
= wandelingen maken op sneeuwschoenen

Il a fait un temps magnifique!
= het was prachtig weer!

Dans la montagne
= in de bergen

Avoir un beau soleil
= mooi, zonnig weer hebben.

 

 

Opdracht 1: waar of niet waar?

Luister naar het fragment en geef aan: de stellingen zijn waar of niet waar.

Tip: Roseline heeft 3 wintersporten beoefend tijdens haar vakantie.

Opdracht 2: memory-spel

Oefen de vocabulaire (woorden) van wintersporten met dit memory-spel.
Zoek de kaartjes bij elkaar:  een plaatje en het juiste Franse woord(en).

 

Opdracht 3: le passé composé

In het luisterfragment gebruikt Roseline vaak ‘le passé composé‘ (= de voltooide tijd) om te vertellen over haar vakantie-ervaringen. Deze vorm van de verleden tijd wordt gebruikt om actie uit te drukken. Hij bestaat uit het hulpwerkwoord avoir (hebben) of être (zijn) plus een voltooid deelwoord.


Voorbeelden van ‘le passé composé’ (voltooide tijd) in de tekst:

On a fait du ski = we hebben geskied

Je suis tombée = ik ben gevallen


Sleep de onderstaande vormen van le passé composé naar de juiste plek in de tekst.

NB. Je mag hierbij zo vaak naar het fragment luisteren als je maar wilt.


Deze opdrachten zijn gemaakt met H5P-software: Copyright (c) 2018 Joubel / MIT-licentie. 

Volgende maand weer een nieuwe luisteroefening!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *