Franse werkwoorden leren #4: Être & Avoir

De werkwoorden Être & Avoir moet je véél oefenen: de tips uit dit artikel helpen!

ERK-niveau: Vanaf A1 (beginners)

Activiteit: grammatica

De meest gebruikte Franse werkwoorden zijn: Être (zijn) en Avoir (hebben). In bijna ieder Frans gesprek en iedere tekst kom je ze tegen. Wil je jezelf voorstellen? Ook dan is het handig om deze werkwoorden te kennen. Dat wordt leren en veel oefenen dus!

In dit overzicht geef ik je tips om de werkwoordsvervoegingen van  Être en Avoir te leren: inclusief voorbeeldzinnen,  oefeningen en audiobestanden voor de juiste uitspraak!

1. ÊTRE = zijn

Hieronder vind je een overzicht met de meest voorkomende tijden van het werkwoord Être (zijn). Je zult zien dat het werkwoord niet volgens vaste regels vervoegd wordt: Être is namelijk een onregelmatig. Je zult de rijtjes dus uit je hoofd moeten leren!

Met deze leertips – voorbeeldzinnen, uitspraak en oefeningen  – gaat dat vast lukken!

A. VOORBEELDZINNEN

 

 

Je suis Hollandais (Ik ben Nederlander).

 

Je suis Hollandaise (Ik ben Nederlandse).

 

B. VEEL VOORKOMENDE TIJDEN ÊTRE

 

Le Présent 

(onvoltooid tegenwoordige tijd = ott) 

 

Ik ben = Je suis  

Jij bent = Tu es 

Hij is = Il est 

Zij is = Elle est

Men is = On est

Wij zijn = Nous sommes

Jullie zijn / u bent = Vous êtes

Zij zijn (m)= Ils sont

Zij zijn (v) = Elles sont

 

Meer tijden van Être (incl. Passé Composé, Imparfait & Futur)

 

C. LEERTIP!

Leer de vervoeging van dit werkwoord in de Présent met muziek:

Youtube-filmpje Être met muziek (Alain le Lait) 

Youtube-filmpje Être en Avoir met muziek (Pickupguitar) 

D. OEFENINGEN ÊTRE (Au Présent)

Oefen het werkwoord être in de présent (onvoltooid tegenwoordige tijd) via deze sites:

Oefening 1

Oefening 2

Oefening 3 

 

2. AVOIR = hebben

Hieronder vind je een overzicht met de meest voorkomende tijden van het werkwoord Avoir (hebben). Je zult zien dat het werkwoord niet volgens vaste regels vervoegd wordt: Avoir is namelijk een onregelmatig. Je zult de rijtjes dus uit je hoofd moeten leren!

Met deze leertips – voorbeeldzinnen, uitspraak en oefeningen  – gaat dat vast lukken!

 

A. VOORBEELDZINNEN:

 

 

J’ai les cheveux blonds (ik heb blond haar).

J’ai les yeux verts (ik heb groene ogen).

 

Het werkwoord avoir gebruik je ook als je spreekt over leeftijd:

Tu as quel âge? (Letterlijk: welke leeftijd heb jij? / Hoe oud ben jij?)

J’ai treize ans (Ik ben 13 jaar).

 

 

B. VEEL GEBRUIKTE TIJDEN VAN AVOIR

 

Le Présent

(onvoltooid tegenwoordige tijd = ott) 

Onregelmatig werkwoord

Ik heb = J’ai

Jij hebt = Tu as

Hij heeft = Il a

Zij heeft = Elle a

Men heeft = On a

Wij hebben = Nous avons

Jullie hebben of U heeft = Vous avez

Zij hebben (mannelijk) = Ils ont

Zij hebben (vrouwelijk) = Elles ont

 

MEER TIJDEN AVOIR (incl. Passé Composé, Imparfait, Futur)

 

C. LEERTIP!

Leer de vervoeging van dit werkwoord in de Présent met muziek:

Youtube-filmpje ‘Avoir & Être’ van Alain le Lait.

 

 

D. OEFENINGEN AVOIR (Au Présent)

Oefen het werkwoord Avoir in de présent (onvoltooid tegenwoordige tijd) via deze sites:

Oefening 1

Oefening 2

Oefening 3 

 

EXTRA:

Oefening met Être èn Avoir  (2 werkwoorden door elkaar gebruikt)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *